Waarom ik op LinkedIn post: oefenen in verschijnen
Ik ben begonnen met posten op LinkedIn om één reden: ik wil verschijnen.
Niet omdat ik “goed wil scoren” met een post. Niet omdat ik likes wil verzamelen. Ik post niet om gelijk te krijgen. Ik post om te oefenen in zichtbaar zijn, met woorden die van mij zijn.
Dat klinkt eenvoudig. Tot iemand er een opmerking over maakt.
De afgelopen tijd was er iemand in mijn omgeving die herhaaldelijk zuchtte en zinspeelde op een post van mij. Niet rechtstreeks, maar in kleine prikjes. Vandaag ving ik flarden op: “interesse weg na twee zinnen” en het woord “kwetsbaar”.
En ik merkte iets in mezelf: ik trok het me aan.
Niet omdat zijn mening de waarheid was, maar omdat mijn systeem meteen een bekende reflex wilde inzetten: verdedigen. Uitleggen. Rechtzetten. Iets goedpraten wat ik helemaal niet hoef goed te praten. Bijna verontschuldigen, terwijl er niets te verontschuldigen valt.
Dat is een oud patroon. En precies daarom train ik verschijnen.
Het echte oefenmateriaal is niet de post
Wat ik die dag zag, was dit: het gaat helemaal niet om LinkedIn. Het gaat om zichtbaar zijn en niet meteen je waardigheid inleveren zodra iemand fronsend aan de rand van je podium gaat staan.
Vroeger dacht ik dat zelfcontrole betekende dat je niets voelt. Dat je onaantastbaar wordt. Alsof je boven de situatie hangt.
Maar dat is een misverstand.
Zelfcontrole is niet: niets raakt je.
Zelfcontrole is: het raakt je en je kiest alsnog.
Vroeger zag ik zelfcontrole als jezelf beheersen: impulsen onderdrukken en sterk blijven. Nu zie ik het anders. Zelfcontrole is keuzevrijheid: kunnen kiezen of en hoe je reageert, en minder gehecht zijn aan wat een ander van je vindt. Niet omdat het niks doet, maar omdat het je niet hoeft te sturen.
En eerlijk is eerlijk: het ideaal van niet-gehecht zijn is mooi, maar ik merk dat ik daar nog niet altijd ben. Het raakt me soms wel. Het verschil is dat ik het niet meer hoef te volgen.
Ik koos om niet te reageren. Niet uit angst. Niet uit vermijding. Maar omdat ik voelde: als ik nu reageer vanuit verdediging, dan ben ik niet aan het verschijnen, dan ben ik aan het herstellen. Dan speel ik zijn spel.
Discipline als de eerste deugd
In de Shaolin Kungfu is discipline de eerste deugd van de veertien. Dat resoneert met mij, omdat discipline daar niet gaat over jezelf forceren. Het gaat over jezelf dragen.
Discipline is niet “moeten”.
Discipline is een vorm van liefdevolle keuze: ik doe wat mij dient, ook als er ruis ontstaat.
En discipline leidt tot routine. Routine schakelt je onderbewuste in. Door herhaling leert je systeem het patroon over te nemen. Op een dag gebeurt het vanzelf: je blijft staan, je ademt, je zegt minder, je bent helder. Niet omdat je harder je best doet, maar omdat je systeem getraind is.
Dat is de paradox: je begint met bewuste inspanning, en eindigt bij moeiteloze aanwezigheid.
En dat is voor mij de diepere belofte van discipline: niet dat je jezelf harder maakt, maar dat je een pad loopt naar moeiteloze effectiviteit en innerlijke vrijheid. Je doet wat klopt, ook als het ongemakkelijk is, totdat het niet meer voelt als kiezen tegen jezelf, maar als handelen vanuit jezelf.
Ik merk dat ik precies in die overgangsfase zit.
Ik kan al kiezen om niet in verdediging te schieten. Dat is winst.
Maar ik voel ook dat het me nog raakt. Dat is ook winst, want het toont waar mijn oefening leeft.
Drie ankers die mij helpen
Als ik eerlijk ben, zijn er drie dingen die mij het meest helpen op zo’n moment:
- Ademhaling
Eerst uitademen. Langzaam. Mijn lijf laten weten: er is geen gevaar. - Lichaam
Voeten op de grond. Schouders laag. Kaak los. Het lichaam liegt niet. Als ik mezelf terug in mijn lijf breng, word ik minder vatbaar voor het mentale gevecht. - Aandacht
Waar gaat mijn aandacht naartoe? Naar zijn woorden, of naar mijn bedoeling?
Mijn bedoeling is verschijnen. Niet overtuigen.
Dat ene onderscheid verandert alles.
Verschijnen is niet reageren op elke uitnodiging
Ik dacht lang dat zichtbaar zijn betekende dat je altijd iets moet zeggen. Maar verschijnen is iets anders. Verschijnen is: je bent er, zonder dat je jezelf hoeft te verklaren.
Soms is één zin genoeg:
- Ik hoor je. Ik ga daar nu niet op in.
- Als je feedback hebt, zeg het direct. Anders laat ik het liggen.
Dat is helderheid. Geen hardheid.
En de stille kracht daarvan is dit: je verlaat jezelf niet.
De les die ik hieruit haal
Als je traint in verschijnen, dan hoort frictie erbij. Mensen reageren. Soms open, soms subtiel, soms onvolwassen. En jouw systeem gaat testen: ga ik terug naar mijn oude strategie, of blijf ik in mijn nieuwe keuze?
Vandaag zag ik het heel scherp:
Mijn groei zit niet in een perfecte post.
Mijn groei zit in blijven staan wanneer iemand probeert mij uit mijn centrum te trekken.
Ik wil niet leren hoe ik de juiste woorden vind om mezelf te verdedigen.
Ik wil leren hoe ik mezelf niet meer hoef te verdedigen om te bestaan.
Dat is verschijnen.
Van bewuste keuze naar onderbewuste bekwaamheid. Van forceren naar gewoon zijn. Van duwen en trekken naar laten gebeuren.
En elke keer dat ik dat oefen, wordt het iets meer routine. Tot het punt dat het niet meer “lukt”, maar gewoon gebeurt.
Misschien is dat wel de essentie van discipline: niet jezelf hard maken, maar jezelf trouw blijven. Ook als het schuurt.